AutoMate Handleiding Help

Workflows — Triggers

Een trigger bepaalt wanneer een workflow automatisch wordt gestart. Elke workflow heeft precies één trigger. Bij het aanmaken van een workflow kiest u het triggertype via de wizard.

Trigger wizard — keuze triggertype

Employee Onboarding

Start de workflow wanneer een nieuwe medewerker wordt aangemaakt in het systeem.

Trigger configuratie — Employee Onboarding

Instelling

Omschrijving

Triggerdatum

Aanmaakdatum: workflow start zodra het account wordt aangemaakt. Startdatum: workflow start op de datum van indiensttreding.

Wanneer gebruiken?

  • Welkomstmail versturen op de eerste werkdag

  • Hardware bestelling starten vóór indiensttreding (combineer met een vertraging)

  • Licenties toewijzen zodra het account wordt aangemaakt

Beschikbare variabelen

Alle medewerker-variabelen en trigger-informatie zijn beschikbaar.

Employee Updated

Start de workflow wanneer medewerkergegevens worden gewijzigd — bijvoorbeeld een nieuwe functietitel, afdeling of manager.

Trigger configuratie — Employee Updated

Instelling

Omschrijving

Filter inschakelen

Optioneel. Voeg filterregels toe om de workflow alleen te starten bij specifieke wijzigingen.

Filterregels

Met filterregels bepaalt u precies bij welke wijzigingen de workflow start. Gebruik de operator Is gewijzigd om te controleren of een specifiek veld is aangepast.

Voorbeeld

Regel

Alleen bij functiewijziging

Veld jobTitle — operator Is gewijzigd

Alleen bij afdelingswijziging

Veld department — operator Is gewijzigd

Alleen voor afdeling IT

Veld department — operator Is gelijk aan — waarde IT

Regels worden gecombineerd met EN (alle regels moeten waar zijn) of OF (minimaal één regel waar).

Beschikbare variabelen

Alle medewerker-variabelen, wijzigingen en trigger-informatie zijn beschikbaar.

Employee Offboarding

Start de workflow wanneer een medewerker uit dienst gaat. De trigger wordt geactiveerd op de uitdiensttredingsdatum.

Trigger configuratie — Employee Offboarding

Wanneer gebruiken?

  • Account deactiveren op de vertrekdatum

  • Manager notificeren over het vertrek

  • Hardware retourverzoek versturen

  • Licenties intrekken na een vertragingsperiode

Beschikbare variabelen

Alle medewerker-variabelen, offboarding-informatie en trigger-informatie zijn beschikbaar.

Persona Changed

Start de workflow wanneer de persona-toewijzing van een medewerker wijzigt. Dit gebeurt wanneer een medewerker een andere persona krijgt — bijvoorbeeld bij een functiewisseling van "Standaard medewerker" naar "Manager".

Trigger configuratie — Persona Changed

Instelling

Omschrijving

Trigger modus

Altijd: workflow start bij elke persona-wijziging. Alleen bij bundelwijziging: workflow start alleen wanneer de items in de keuzebundel daadwerkelijk veranderen.

Wanneer gebruiken?

  • Nieuwe licenties of tools aanbieden wanneer een medewerker een andere rol krijgt

  • Keuzebundel versturen zodat de medewerker of manager nieuwe items kan selecteren

  • Notificatie sturen wanneer een persona wordt toegewezen of gewijzigd

Koppeling met Personas

De Persona Changed trigger werkt samen met het Personas-systeem. Wanneer u in Personas een medewerker een andere persona toewijst, detecteert deze trigger de wijziging en start de workflow.

De trigger levert extra gegevens op die niet beschikbaar zijn bij andere triggers:

Gegeven

Omschrijving

Oude persona

De persona die de medewerker eerder had (naam en ID)

Nieuwe persona

De persona die de medewerker nu heeft

Nieuwe bundel-items

Items die zijn toegevoegd door de persona-wijziging, gegroepeerd per categorie

Oude bundel-items

Items die zijn verwijderd door de persona-wijziging

Zie Variabelen — Persona-gegevens voor de volledige lijst.

Voorbeeld: Persona Changed → User Choice Bundle

Een veelgebruikt patroon is de combinatie van de Persona Changed trigger met de User Choice Bundle actie:

  1. Medewerker krijgt een nieuwe persona (bijv. "Manager")

  2. Workflow start automatisch

  3. Een keuzebundel wordt aangeboden aan de medewerker of manager

  4. De medewerker kiest welke extra tools of licenties nodig zijn

Zie Acties — User Choice Bundle voor het configureren van deze actie.

Filterregels (alle triggers)

Bij elke trigger kunt u optioneel filterregels toevoegen. Filterregels bepalen of de workflow daadwerkelijk wordt gestart nadat het event is gedetecteerd.

Beschikbare operators

Operator

Omschrijving

Is gelijk aan

Exacte overeenkomst

Is niet gelijk aan

Geen overeenkomst

Bevat

Tekst komt voor in het veld

Bevat niet

Tekst komt niet voor

Begint met

Veld begint met de opgegeven tekst

Eindigt op

Veld eindigt met de opgegeven tekst

Is leeg

Veld heeft geen waarde

Is niet leeg

Veld heeft een waarde

Is gewijzigd

Veld is aangepast (alleen bij Employee Updated en Offboarding)

Logica

  • EN: Alle regels moeten waar zijn om de workflow te starten

  • OF: Minimaal één regel moet waar zijn

Last modified: 09 April 2026