Workflows — Condities
Een conditieblok splitst de workflow in twee paden op basis van regels. Wanneer de regels waar zijn, volgt het ene pad; wanneer ze niet waar zijn, volgt het andere pad.

Regels definiëren
Een conditie bestaat uit één of meer regels. Elke regel bevat drie onderdelen:
Onderdeel | Omschrijving |
|---|---|
Veld | Het medewerker-veld dat wordt gecontroleerd (bijv. |
Operator | De vergelijkingsmethode |
Waarde | De waarde waarmee wordt vergeleken |
Beschikbare operators
Operator | Omschrijving | Voorbeeld |
|---|---|---|
Is gelijk aan | Exacte overeenkomst |
|
Is niet gelijk aan | Geen overeenkomst |
|
Bevat | Tekst komt voor in het veld |
|
Bevat niet | Tekst komt niet voor |
|
Begint met | Veld begint met tekst |
|
Eindigt op | Veld eindigt met tekst |
|
Groter dan | Numerieke vergelijking |
|
Kleiner dan | Numerieke vergelijking |
|
Is leeg | Veld heeft geen waarde |
|
Is niet leeg | Veld heeft een waarde |
|
Is gewijzigd | Veld is aangepast (alleen bij Employee Updated) |
|
Logica
Wanneer u meerdere regels toevoegt, kiest u hoe ze worden gecombineerd:
Logica | Omschrijving |
|---|---|
EN | Alle regels moeten waar zijn |
OF | Minimaal één regel moet waar zijn |
Paden
Na evaluatie van de regels volgt de workflow één van twee paden:
Waar-pad — De regels zijn waar. Verbind dit pad met de acties die moeten worden uitgevoerd.
Niet waar-pad — De regels zijn niet waar. Verbind dit pad met alternatieve acties, of laat het leeg om de workflow te beëindigen.
Voorbeeld
Scenario: Verschillende onboarding voor managers en reguliere medewerkers.
Regel | Operator | Waarde |
|---|---|---|
| Bevat |
|
Waar-pad → E-mail met extra managementinformatie + licenties toewijzen
Niet waar-pad → Standaard welkomstmail