AutoMate Handleiding Help

Rol-rechten matrix

Dit artikel biedt een kruisverwijzing tussen AutoMate-rollen, functionaliteiten en de Microsoft API-rechten die daarvoor worden gebruikt. Daarnaast wordt per rol beschreven welke impact acties hebben op de IT-omgeving van de organisatie — waaronder Entra ID, Active Directory, Microsoft Intune, Exchange Online en SharePoint.

Matrix: rollen en functionaliteiten

De onderstaande tabel toont welke rollen toegang hebben tot welke functionaliteiten en welke Microsoft API-rechten daarbij worden aangesproken.

Functionaliteit

Administrator

Identity

Branding

Customer

Belangrijkste API-rechten

IAM / Medewerkers

User.ReadWrite.All, User.EnableDisableAccount.All, UserAuthenticationMethod.ReadWrite.All, Directory.ReadWrite.All

Personas en Bundels

User.Read.All, Group.ReadWrite.All

Organisatiestructuur

User.Read.All, Directory.ReadWrite.All

Provisioning

User.ReadWrite.All, Group.ReadWrite.All

Apparaten

DeviceManagementManagedDevices.ReadWrite.All, DeviceManagementManagedDevices.PrivilegedOperations.All, BitlockerKey.Read.All, DeviceManagementApps.ReadWrite.All

Toegangsbeheer V2

Group.ReadWrite.All, GroupMember.ReadWrite.All, AppRoleAssignment.ReadWrite.All, Application.ReadWrite.All

Workflows

User.ReadWrite.All, Group.ReadWrite.All

Audits

AuditLog.Read.All, SecurityEvents.Read.All

E-mailhandtekeningen

Exchange.ManageAsApp, Exchange.ManageAsAppV2, MailboxSettings.ReadWrite

Teams-handtekening

TeamSettings.ReadWrite.All, Teamwork.Migrate.All

Mediabibliotheek (CDN)

— (intern CDN, geen externe API)

Office-sjablonen

Sites.FullControl.All, Sites.ReadWrite.All

M365-inlogpagina

Organization.ReadWrite.All

Klantomgevingen (MSP)

CrossTenantInformation.ReadBasic.All

Impactbeschrijving per rol

Hieronder wordt per rol beschreven wat de concrete impact is van acties op de IT-omgeving van de organisatie.

Identity Administrator

De Identity Administrator kan wijzigingen aanbrengen die directe impact hebben op de gehele IT-omgeving: Entra ID (Azure AD), Active Directory (via sync), Microsoft Intune en Exchange Online.

Entra ID / Active Directory:

  • Kan gebruikersaccounts aanmaken in Entra ID — er wordt een nieuw account in de directory aangemaakt. Bij organisaties met AD Connect/Cloud Sync kan dit doorwerken naar de on-premises Active Directory (User.ReadWrite.All)

  • Kan gebruikersaccounts verwijderen uit Entra ID — het account wordt permanent verwijderd uit de cloud-directory. On-premises AD-accounts worden hierdoor niet verwijderd (User.ReadWrite.All)

  • Kan accounts in- en uitschakelen — de gebruiker kan niet meer inloggen bij alle gekoppelde diensten (Microsoft 365, VPN, on-premises applicaties) (User.EnableDisableAccount.All)

  • Kan wachtwoorden resetten — de gebruiker moet een nieuw wachtwoord instellen (User-PasswordProfile.ReadWrite.All)

  • Kan MFA-authenticatiemethoden verwijderen — de gebruiker moet MFA opnieuw configureren (UserAuthenticationMethod.ReadWrite.All)

  • Kan aanmeldsessies intrekken — alle actieve sessies van de gebruiker worden beëindigd, inclusief sessies naar on-premises resources (Directory.ReadWrite.All)

Microsoft Intune / Apparaatbeheer:

  • Kan apparaten op afstand wissen via Intune — alle bedrijfsgegevens op het apparaat worden verwijderd. Bij een volledige wipe wordt het apparaat teruggezet naar fabrieksinstellingen (DeviceManagementManagedDevices.PrivilegedOperations.All)

  • Kan BitLocker-herstelsleutels ophalen — dit biedt toegang tot versleutelde schijven van organisatieapparaten (BitlockerKey.Read.All)

  • Kan Autopilot-apparaten registreren in Intune — apparaten worden voorbereid voor automatische configuratie bij eerste ingebruikname (DeviceManagementServiceConfig.ReadWrite.All)

  • Kan Intune-apps toewijzen aan apparaten — software wordt automatisch geïnstalleerd of verwijderd (DeviceManagementApps.ReadWrite.All)

Toegangsbeheer (Entra ID, Exchange, Teams):

  • Kan groepslidmaatschappen wijzigen — gebruikers worden automatisch toegevoegd aan of verwijderd uit Entra-beveiligingsgroepen, Microsoft 365-groepen en Teams. Dit kan ook impact hebben op toegang tot on-premises resources die via groepslidmaatschap worden beheerd (GroupMember.ReadWrite.All)

  • Kan app-rollen toewijzen — gebruikers krijgen toegang tot enterprise applications via automatische roltoewijzing (AppRoleAssignment.ReadWrite.All)

  • Kan gedeelde mailboxen beheren via Exchange Online — gebruikers krijgen Full Access- of Send As-machtigingen op gedeelde mailboxen (Exchange.ManageAsAppV2)

  • Kan directory-rollen toewijzen — gebruikers kunnen beheerdersrollen ontvangen zoals Teams Administrator (RoleManagement.ReadWrite.Directory)

Workflows:

  • Kan geautomatiseerde workflows uitvoeren — deze kunnen gebruikersaccounts aanmaken, groepslidmaatschappen wijzigen, Intune-acties triggeren of andere beheertaken uitvoeren zonder handmatige tussenkomst (User.ReadWrite.All, Group.ReadWrite.All)

Branding Administrator

De Branding Administrator kan wijzigingen aanbrengen aan de visuele identiteit en communicatie-instellingen van de organisatie in Exchange Online, SharePoint en Entra ID.

Exchange Online:

  • Kan Exchange-transportregels aanmaken en wijzigen — alle uitgaande e-mails van de organisatie krijgen automatisch de geconfigureerde handtekening (Exchange.ManageAsApp)

  • Kan mailboxinstellingen aanpassen — dit beïnvloedt hoe e-mailhandtekeningen worden toegepast per mailbox (MailboxSettings.ReadWrite)

Entra ID:

  • Kan de Microsoft 365-inlogpagina aanpassen — het logo, de achtergrondafbeelding en kleuren van de inlogervaring worden gewijzigd voor alle gebruikers in de organisatie (Organization.ReadWrite.All)

SharePoint:

  • Kan bestanden uploaden naar en verwijderen uit SharePoint-documentbibliotheken — Office-sjablonen worden beschikbaar gemaakt voor de gehele organisatie (Sites.FullControl.All)

Customer Administrator

De Customer Administrator heeft beperkte directe impact op de IT-omgeving.

  • Kan basisgegevens van gekoppelde klanttenants ophalen — er worden alleen leesacties uitgevoerd op cross-tenant informatie (CrossTenantInformation.ReadBasic.All)

  • Heeft geen directe toegang tot identiteiten, apparaten of branding van klantenomgevingen

Last modified: 28 May 2026